Bereken uw tarief
Bereken uw tarief

Voorbeeld 1 - Geen partnerverklaring

De bank is de begunstigde

Heeft Betty geen partnerverklaring getekend, dan is de bank de begunstigde voor de verzekeringsuitkering. Deze lost daarmee de hypotheekschuld aan zichzelf af, zodat het huis vrij van schulden is. Aangezien Anton en Betty in gemeenschap van goederen waren gehuwd, is alles van hen samen, ieder voor de helft. Anton’s erfenis beslaat dus de helft van het gemeenschappelijke vermogen. Dat gemeenschappelijke vermogen bestaat uit een woning van 550.000 euro en spaargeld en aandelen met een waarde van 65.000 euro. Anton’s erfenis bedraagt dus ½ x 615.000 euro oftewel 307.500 euro.

Aangezien Anton en Betty gehuwd waren en Anton geen testament had gemaakt, gaat volgens de wet alles automatisch naar Betty (de zogenaamde wettelijke verdeling). Corné en Dirkje worden niet onterfd, maar krijgen een soort van ‘tegoedbon’: Betty is aan ieder van hen een bedrag schuldig, gelijk aan hun aandeel in de erfenis (1/3). Met andere woorden: Corné en Dirkje krijgen ieder een ‘tegoedbon’ van 102.500 euro. Die ‘tegoedbon’ wordt echter pas uitbetaald, als Betty ook is overleden of eerder failliet zou gaan. Tenzij anders wordt afgesproken tussen Betty en haar kinderen is over die ‘tegoedbon’ geen rente verschuldigd. Met andere woorden: Corné en Dirkje moeten wachten totdat Betty ook is overleden en krijgen dan 102.500 euro uitbetaald, ongeacht hoeveel dat geld tegen die tijd ten gevolge van de inflatie nog waard is. Bovendien bestaat het risico dat Betty alles opmaakt voor haar overlijden. Dan is de ‘tegoedbon’ achteraf dus helemaal niets meer waard. De fiscus houdt daar rekening mee door de ‘tegoedbon’ tegen een lager percentage bij de kinderen te belasten, afhankelijk van de leeftijd van de langstlevende. In dit geval wordt de ‘tegoedbon’ maar voor 28% bij de kinderen belast. Aangezien Betty het genot heeft van het vermogen tot aan haar overlijden, wordt haar erfdeel fiscaal verhoogd met 72% (100 – 28) van de waarde van de tegoedbon, zodat de fiscus per saldo toch het hele vermogen tegen 100% kan belasten.

Omdat met de verzekeringsuitkering de hypotheekschuld is afgelost, een schuld die aanvankelijk voor de helft voor rekening kwam van Betty, is Betty er privé ook 195.000 euro (1/2 x 390.000 euro) op vooruit gegaan. Haar (halve) aandeel in de hypotheekschuld hoeft zij immers niet meer te betalen. De fiscus ziet dat als een quasi-erfenis die bij Betty met erfbelasting wordt belast.

Aangezien Betty met Anton was gehuwd, geniet zij een zeer ruime vrijstelling voor de verschuldigde erfbelasting (600.000 euro). Haar totale erfenis (250.100 euro + 195.000 euro = 445.100 euro) wordt dus niet met successierecht belast. Over de ‘tegoedbon’ van Corné en Dirkje is echter door ieder 970 euro oftewel in totaal 1.940 euro erfbelasting verschuldigd.